Maaike van Veen

Maaike van Veen

Aaltje van der Velde

Aaltje van der Velde

Eindexamen 2015. Techniek: schilderen. ‘In mijn werk zijn licht en kleur belangrijk, neergezet in een losse toets, vaak contrastrijk en beweeglijk. Ik beschouw schilderen als een zoektocht tussen figuratie en abstractie. De schoonheid van het alledaagse in mijn directe omgeving is mijn voornaamste inspiratiebron.’

Gerrit Velthuis

Gerrit Velthuis

Eindexamen 2016. Techniek: schilderen. Studeerde eerder aan TU Delft, afdeling Bouwkunde en aan Academie Minerva. ‘Onlangs maakte een collega-kunstenaar in een interview de opmerking, dat een werk voor de kunstenaar een eindpunt bereikt op het moment dat het af is, maar dat hij hoopte dat het voor de kijker een beginpunt is. Ik had het niet beter kunnen verwoorden.’

Hana Vendlova

Hana Vendlova

Eindexamen 2016. Techniek: schilderen. ‘Elk werk is voor mij een verkenning, die kan worden gelezen als textuur, vorm, structuur en kleur met elk een eigen karakter. De krachtige beelden en composities worden versterkt door opkomende emotionele reacties op de natuurlijke omgeving.’

Maya Vlaanderen

Maya Vlaanderen

Eindexamen 2018. Techniek: schilderen, tekenen met inkt, grafiek, etsen. ‘Hoewel mijn werken verhalen in zwarte en witte lijnen zijn, probeer ik een kleurbeeld weer te geven zonder kleur te gebruiken. De diverse grijstonen moeten voor de toeschouwer als een kleurrijk geheel werken. Dramatiek in mijn werk is mijn hoofddoel. Dat probeer ik te bereiken door het gebruik van een sterk contrast tussen licht en donker en een spannend lijnenspel.’

Antoinette Vunderink

Antoinette Vunderink

Eindexamen 2016. Techniek: schilderen. ‘Ik schilder bij voorkeur vrouwen gehuld in delicate stoffen. De liefde voor mooie stoffen is me met de paplepel ingegoten. Mijn moeder was coupeuse en ons huis was haar atelier. Om de stofuitdrukkingen zo goed mogelijk te benaderen maak ik gebruik van verschillende olieverftechnieken: laag over laag, á la prima, glacerend en met toetsjes. Mijn onderwerpen benader ik intuïtief. Ik zoek daarbij naar kracht in zowel het onderwerp als de compositie.’