instagram-logo_1045-436.jpg

© 2019 by Akkakunst

Betsy Klabbers
Eindexamen 2019.
Wat ze ziet benadert Betsy vanuit een eigen invalshoek, waarbij absurditeiten voor het oprapen blijken te liggen. Vroeger is Betsy werkzaam geweest in de biologisch-dynamische land- en tuinbouw. Hier ligt haar oorspronkelijke doel van de opleiding: groente-stilleven-schilder worden, en dan specifiek van West-Europese vollegrondsgroente.
Mieke Heitling
Eindexamen 2017. Techniek: beeldhouwen (hout/brons).
‘Ik hak (levensgrote) mensfiguren uit hout, maar werk ook in brons.
De lichaamstaal van mensen is een enorme inspiratiebron voor mij. Ik probeer vooral het kwetsbare moment te pakken te krijgen waarop mensen even verstild in gedachten verzonken zijn.
Ik werk expressief, met een ruwe toets; de sporen van kettingzaag en beitels blijven zichtbaar in de huid van het beeld.’
Marja Hens
Eindexamen: 2014. Techniek: schilderen (olieverf op doek en leer)
‘De natuur organiseert een structuur uit de ogenschijnlijke chaos van losse elementjes. Die structuur wordt vooral zichtbaar wanneer je daarbij inzoomt. Ook de mens creëert structuur uit chaos. Met inzoomen hierop ontstaat een prachtige wereld die, hoewel altijd op de realiteit gebaseerd, soms abstract kan lijken...’
Franca Hiddink
Eindexamen 2016. Techniek: schilderen.
‘Kleur en lichtval zijn de belangrijkste elementen in mijn werk. Ik gebruik verschillende schildertechnieken en werk graag naar een thema. Dat geeft mij de vrijheid van onderwerp en materiaal te wisselen. Zo heb ik dames van de zwemclub in tegelvorm weergegeven; ben ik bezig met markttaferelen in gouache en grote stillevens in olieverf van vissen. Het tekenen van kleine vondsten uit mijn tuin en modelsessies houden mijn oog en hand scherp.'
Martina Hladikova
Afstudeerjaar: 2018, Richting: beeldhouwer
'Ik maak ruimtelijk werk in verschillende materialen: keramiek en brons, maar ook metaal of bijvoorbeeld papier, brood, koffiedik of houtsnippers. Het laatste heeft betrekking op mijn landart-werk. Inhoudelijk ben ik bezig met een tweetal sporen die zich vaak ook met elkaar vermengen: het figuratieve, in het bijzonder het gezicht, en daarnaast het organische: de vormen, lijnen en patronen die je in de natuur en het landschap aantreft'.
Ine Hoejenbos
Eindexamen 2018. Techniek: beeldhouwen.
‘In mijn beeldend werk vind je mijn aandacht voor de menselijke geest en de menselijke emoties duidelijk terug. Ik ben vooral gefascineerd door het introverte. Kleine gebaren, een naar binnen gerichte, ingetogen uitstraling trekken de aandacht. Ze geven niet onmiddellijk prijs wat er in de persoon speelt, waardoor de kijker zich uitgenodigd voelt zich verder te verdiepen in het werk. Ik hecht aan een krachtige en evenwichtige vorm.
Elise d'Hont
Eindexamen 2016. Techniek: beeldhouwen.
‘Het beeldhouwen zit mij in de genen. Mijn voorkeur gaat uit naar het maken van monumentaal werk voor in de openbare ruimte en naar opdrachten van particulieren of bedrijven. Ik maak vooral figuratieve kunst of een deformatie hiervan. Ook het maken van portretten vind ik boeiend. Ik probeer hierbij het karakter en de innerlijke kracht van iemand te vatten. De inspiratie voor mijn werk haal ik uit de natuur en het leven zelf.'
Jeanette Jipping
Eindexamen 2013. Techniek: schilderen (olieverf).
‘Ruimte, kleur, licht, lucht, water en stilte zijn trefwoorden voor mijn schilderijen. Weerspiegelingen en het spel van licht vind ik boeiend. Ik schilder het liefst landschappen aan de kust. Favoriet zijn voor mij: de Waddeneilanden, Italië en Spanje. Maar ook huizen, tuinen en stillevens behoren tot mijn onderwerpen. De invloed van de mens op het landschap en het plezier in de kleine dingen van het leven zijn belangrijke thema’s in mijn werk.'
Heleen Kater
Eindexamen 2016. Techniek: beeldhouwen.
‘Voor mij is werken naar de natuur de bron waaruit mijn beelden ontstaan. Ik laat me inspireren door de wereld om mij heen en gebruik daarbij modellen uit mijn eigen omgeving.’
Machteld Kee
Eindexamen 2018. Techniek: beeldhouwen
‘Mijn beelden vangen de tijdgeest. Beweging van kleding en stof in combinatie met vrouwelijke vormen worden gevat in steen, keramiek en metaal.’
Joke Klaveringa
Examenjaar: 2010
Techniek: schilderen.
'Ik probeer het licht en de sfeer van het moment te vangen. Fietsend door het landschap doe ik indrukken op. Deze leg ik vast in een snelle schets of in een aquarel. Daarnaast maak ik foto’s aangezien het licht nooit hetzelfde is als je naar dezelfde plek terug keert. Met deze informatie ga ik thuis aan de slag. Het liefst werk ik de schilderijen ter plekke uit. Ik werk met aquarel, maar ook met olieverf, acryl en pastel'.
Klaas Koops
Eindexamen 2011. Techniek: schilderen (olieverf, aquarel).
‘Ik schilder beelden langs de randen van de realiteit. Dat doe ik door het min of meer toevallig bijeenbrengen van objecten, kunsthistorische citaten e.d. in een herkenbare context. Zo schep ik beelden met een uitgesteld begrip: suggestieve constructies met als doel tot een dialoog te komen. Er is geen verhaal, alles blijft impliciet en daardoor zijn de beelden op een andere wijze vervreemdend dan bij (pre)surrealisten.
Erna Kroezen
Eindexamen 2016. Techniek: schilderen.
‘Het proces van het maken vind ik vaak leuker dan het eindresultaat. In mijn voorstellingen ben ik op zoek naar ruimte, soms juist ook weer naar het platte vlak. Daarbij kijk ik naar lijnen, vormen en overlappingen. Ik stapel en bouw, soms kleurrijk, soms in beperkt palet. Ik zoek tussen alledaagse dingen een goede compositie en laat me inspireren door wat ik zie. Vanuit een soort onrust geef ik verstilling, leegte en ruimte weer.’
Marieke Laverman
Eindexamen: 2016. Techniek: schilderen (olieverf, aquarel).
‘Ik schilder vaak bloemen en planten. Concrete bloemen op de vaas of meer geabstraheerde beelden die van bomen, planten en bloemen zijn afgeleid. De kleurenpracht van bloemen en de lichtval daarop fascineren mij. Ik werk graag met een wat grovere, levendige penseelstreek, waardoor planten en bloemen soms een beetje lijken te woekeren.’
NOG MEER LEDEN ......